dinsdag 16 oktober 2012

ISES 2012

Om zo goed mogelijk met paarden te kunnen omgaan, ze te kunnen trainen en te zorgen dat ze zich zo prettig mogelijk voelen, maak ik gebruik van de wetenschap. Immers dit is de enige manier om een objectieve en redelijke mate van zekerheid te krijgen over hoe paarden leren, denken en zich gedragen en welk effect onze invloed heeft. Je hebt mensen die met een “gevoel voor paarden” geboren worden, ben ik niet zo iemand en vraag ik me meteen af of dat gevoel altijd klopt. Ik moet het dus leren. Het klinkt ingewikkeld, maar de wetenschap maakt het juist simpel. Je hoeft het onderzoek niet uit te voeren of zelfs te begrijpen. Als de resultaten in Jip en Janneke taal overgebracht worden, dan iedereen er mee werken.

Gelukkig ken ik iemand die zich met "Paardenwetenschap" bezig houdt. Marc Pierard is etholoog (gedragsbioloog) en bestudeert o.a. hoe paarden leren en zich gedragen en waarom.

Zie deze links voor eerdere berichten hierover:

Om mijn blog ook een beetje een leerzame inhoud te geven, heb ik Marc gevraagd af en toe een stukje te schrijven.  
Hier is het eerste stukje over het ISES congres over Equitation Science. Wat dat betekent legt Marc uit in zijn stukje.

ISES congres 2012: de uitschieters


Sedert 2006 ga ik elk jaar naar het wetenschappelijk congres over ‘equitation science’. Wat is dat nu weer, zult u denken. Wel het is een jonge wetenschappelijk subdiscipline die een multidisciplinaire benadering (ethologie, leertheorie, psychologie, biomechanica om er enkele te noemen) gebruikt om de training van paarden te onderzoeken en objectief te verklaren. Het doel is te onderzoeken hoe trainingstechnieken functioneren door gebruik te maken van wetenschappelijke methodes om zo ondermeer na te gaan welke technieken al dan niet goed werken of eventueel een probleem inzake paardenwelzijn kunnen opleveren. Spijtig genoeg is het weer zo’n term die niet echt in het Nederlands te vertalen is. ‘De wetenschappelijke studie van het paardrijden’ bekt toch net iets minder dan ’equitation science’.

In 2007 werd dan de International Society for Equitation Science (ISES) opgericht. Dit is de wereldwijde wetenschappelijke vereniging voor mensen die onderzoek doen dat iets te maken heeft met paardrijden. Maar van in het begin wilden we een sterke link hebben naar de praktijk. Dus heb je, naast wetenschappelijke leden, ook leden die praktijkmensen zijn (trainers, ruiters, kwekers, hoefsmeden, …). Dit zorgt voor een open relatie tussen wetenschap en het terrein. Wetenschappers doen hun best om hun resultaten op een begrijpelijke manier door te geven aan praktijkmensen en die kunnen op hun beurt feedback geven op de toepasbaarheid of de vragen waar ze nog mee zitten. Er zijn heel weinig wetenschappelijke verenigingen die dit doen. Wie meer info zoekt over equitation science of ISES kan terecht op www.equitationscience.com .

Het jaarlijks congres van ISES was dit jaar in Edinburgh van 18 tot en met 20 juli. Het thema was deze keer: ‘the road ahead’. Zoals elk jaar was het weer heel interessant en erg gevarieerd. De diversiteit blijft maar toenemen maar paardrijden is dan ook een samenspel van heel wat factoren. Het is altijd leerrijk een presentatie bij te wonen over iets waar je niet veel van afweet. Je snapt dan wel niet alle details maar je steekt er toch iets van op. Een nieuw initiatief dit jaar was een voorafgaande workshop voor een beperkte groep met als doel op termijn te komen tot standaarden voor veel voorkomende onderzoekstechnieken. Nu werkt iedereen op zijn eentje en dat zorgt voor problemen als je resultaten wilt vergelijken. Als we algemeen gebruikte methoden kunnen standaardiseren, kunnen we verschillende studies beter vergelijken en ook echt meta-analyses doen. Meta-analyses zijn studies waarbij je heel wat bestaande studies en hun resultaten groepeert om zo uitspraken te kunnen doen over grotere aantallen paarden en/of ruiters. Vele studies zijn om praktische redenen immers beperkt in hun aantallen en via meta-analyses kan je een meer onderbouwde conclusie bekomen. Maar dan moeten de resultaten wel vergelijkbaar zijn en daar wringt het schoentje nog veel te vaak. Maar in de workshop werd rond een aantal thema’s gewerkt en alle aanwezigen waren enthousiast om hieraan bij te dragen.

Het eigenlijke congres had weer een bomvol programma met presentaties en posters. Voor wie niet zo thuis is in de wetenschappelijke cultuur: je kan je onderzoek op een congres voorstellen via een mondelinge presentatie of via een poster. Dat laatste is gewoon een samenvatting van je onderzoeksresultaten op posterformaat dat opgehangen wordt zodat alle deelnemers aan het congres dit tussen de presentaties door kunnen gaan bekijken en met de auteurs spreken. Er waren in totaal 107 studies die aanvaard werden, dus ik ga er maar enkele opvallende aanhalen. Wie meer wil weten, kan op de website van ISES de proceedings vinden met alle abstracts (korte samenvattingen).

Eén van de presentaties die het meest media-aandacht genoot, was de studie over het gebruik van een autootje op afstandsbediening in een roundpenn. Een Australische studente had met zo’n autootje een join-up nagebootst en dat werkte heel goed. Dit toonde aan dat deze techniek dus niet berust op lichaamstaal en het nabootsen van een paard, maar gewoon op het gebruik van fysieke en mentale druk en het loslaten daarvan (negatieve bekrachtiging in vaktermen). Deze studie demonstreert duidelijk een voordeel van een wetenschappelijke aanpak: je test elke bewering via gerichte observaties en experimenten en je houdt enkel over wat je kan aantonen. Geen sprookjes, maar feiten. Natuurlijk zit er ook een stuk interpretatie in, maar resultaten en interpretatie wordt duidelijk gescheiden zodat iedereen zelf zijn mening kan vormen. Een andere studie die heel wat weerklank kreeg, ging over een vergelijking van 3 verschillende hoofdposities van paarden tijdens het rijden. Deze studie vond voor deze 15 paarden onder de omstandigheden in de studie, dat er aanwijzingen waren dat aan de teugel zoals in competitie en in hyperflexie hogere stress zou kunnen veroorzaken dan met een langere teugel. Het opvallendst was dat de Deense ruiters blijkbaar schrik hadden om echt met lossere teugels te rijden omdat ze dan het gevoel hadden dat ze geen controle meer hadden over hun paarden.

Er was ook een zeer interessante presentatie over de relatie tussen conformatie en kans op blessures bij paarden. Het is niet zo rechtlijnig maar er komen toch stilaan duidelijke trends naar voor. Een studie waarin rijstijl van barrel racers vergeleken werd, toonde aan dat een meer agressieve rijstijl niet leidde tot betere resultaten, maar dat meer gebruik van de zweep en van tikken van de hiel (met sporen? ) leidde tot respectievelijk meer problemen bij het binnenrijden van de piste en met de frequentie van aanzetten tot steigeren. Er waren ook enkele presentaties over de psychologie van de ruiter.

Zoals elk jaar was er naast de 2 dagen bomvol lezingen ook een praktische dag. Tijdens die praktijkdag worden meestal een aantal technologische ontwikkelingen getoond die allerlei nuttige metingen toelaten. Zo waren er demonstraties van de laatste technische snufjes die toelaten om ondermeer: hartslag meten, druk van het zadel op de paardenrug, teugeldruk, druk van de benen van de ruiter op het paard en meting van minieme temperatuurverschillen bij het paard. Vaak gaat het om prototypes waaraan natuurlijk nog moet gewerkt worden om ze echt ruimer toepasbaar te maken. Maar het is wel fascinerend te zien hoe dit continu evolueert en een glimp op te vangen van toekomstige hulpmiddelen. Als etholoog blijf ik natuurlijk het meest belang hechten aan een systematische observatie van het gedrag maar technologie kan zeker helpen bij de verfijning van de interpretatie van het uitwendige gedrag.

Volgend jaar gaat het congres door in de Verenigde Staten, in Delaware van 17 tot en met 20 juli 2013. In 2014 zal het congres in Denemarken georganiseerd worden. Ik werk eraan om de volgende jaren zelf ook resultaten van eigen onderzoek te presenteren. De sfeer op het ISES congres is altijd constructief en de commentaren zijn nooit kwetsend. Dat is blijkbaar wel vaak anders op andere wetenschappelijke congressen. Misschien heeft onze positieve sfeer te maken met het feit dat we nog een jonge discipline zijn waarin bijna alle onderzoekers ook zelf paarden houden, rijden en/of trainen. Daardoor beseft iedereen hoe complex de interactie mens-paard wel is en hoe moeilijk het is dit objectief te bestuderen. Maar we houden vol omdat we naast wetenschapper tegelijk ook gek van paarden zijn. Zijn wij dan toch gekke wetenschappers ?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen